Lynn Berger: “Probeer zo min mogelijk te vergelijken” (Foto: Judith van IJken)

‘De Tweede – Over het zijn en krijgen van een tweede kind’. Zo luidt de titel van het boek van Lynn Berger dat deze week verscheen. Hierin rekent zij af met allerlei aannames en stereotypen die over het krijgen van een tweede kind leven. “Probeer het krijgen van een tweede kind vooral als nieuw te beleven”, luidt haar advies.

Jan de Graaf – Ouders Centraal

Een gezin met twee kinderen is de standaard in Nederland. Met stip de meerderheid kent een dergelijke gezinssamenstelling. “Het is zo normaal dat mensen er bijna niet meer van opkijken als je voor de tweede keer in verwachting bent”, vertelt Lynn Berger. “Terwijl we het krijgen van een kind de eerste keer wel allemaal heel bijzonder vinden.”

Tweede witte vlek

Berger heeft het boek vooral geschreven omdat zij tijdens haar tweede zwangerschap tevergeefs zocht naar informatie over het krijgen van een tweede kind. Heel anders dan tijdens haar eerste zwangerschap. “Er zijn boekenkasten vol geschreven over wat het betekent om moeder te worden en wat de overgang naar het ouderschap met je doet.” Daarnaast was zij benieuwd naar wat het voor haar kinderen betekent om met zijn tweeën te zijn. “Ook hierover was bijna niks te vinden. Ik kwam eigenlijk alleen wat adviesboeken, meestal uit Amerika met bang makende titels, op het spoor. Plus artikelen op internet met evenmin al te geruststellende titels zoals ‘wat ik had gewild dat mensen me van tevoren hadden verteld over het krijgen van een tweede’.”

Onterechte aannames

Voor Lynn Berger, in het dagelijks leven schrijft zij voor De Correspondent, reden om zelf de pen ter hand te nemen over dit onderwerp. ‘De Tweede’ nuanceert eerder de zaken dan dat het ze zwart-witter maakt, zegt ze. “Opvallend vond ik dat er een hoop aannames en stereotypen over dit onderwerp de ronde doen waar helemaal geen bewijs voor is. Zoals het idee dat enige kinderen zieliger, verwender of egocentrischer zijn dan kinderen met broertjes en zusjes. Of dat vergeleken met een broertje of zusje het oudste kind verantwoordelijker, serieuzer zou zijn en het jongste kind juist wat rebelser en creatiever. Het wemelt van dit soort uitspraken en die zijn historisch wel te verklaren, maar wetenschappelijke onderbouwing is er niet.”

Oudste doet het beter

Iets anders wat haar opviel, betrof de invloed van de verwachtingen van ouders met betrekking tot de ontwikkeling van hun kinderen. “Die hebben niets met de kinderen zelf te maken. Zo kwam ik een Amerikaanse studie tegen van een paar jaar geleden. De onderzoekers hadden aan de ouders van een kleine 400 kinderen gevraagd wie van hun twee kinderen het beter deed op school. En bijna al die ouders zeiden: de oudste doet het beter. Ook wanneer uit de rapportcijfers bleek dat de jongste het even goed of zelfs beter deed. Maar de meerderheid van de ouders dacht dat het oudste kind het slimst was. Toen de onderzoekers twee jaar later nog eens gingen kijken bleek uit de rapporten dat de oudste kinderen er meer op vooruit waren gegaan dan de jongsten. Dus de verwachtingen van de ouders hadden onbedoeld effect op de ontwikkeling van hun kinderen.”

Broer-zusrelatie

Berger leerde tijdens haar research ook dat broers en zussen een grote rol spelen in elkaars ontwikkeling. “Is de band warm en positief, dan gaat deze relatie vaak samen met een goede psychische gesteldheid van die kinderen. Helaas is het omgekeerde ook waar. Dus als een broer-zusrelatie veel conflicten kent, dan is de kans groter dat het met hen minder goed gaat. In hoeverre dat een oorzakelijk verband is, is niet te zeggen. Maar dan nog denk ik dat het voor hulpverleners goed is om bij problemen in de ontwikkeling van kinderen ook oog te hebben voor de relatie met broers en zussen, al dan niet ouder of jonger in leeftijd.”

Vergelijken

Een ander punt wat haar opviel was de haast automatische neiging bij veel ouders om de eerste en tweede met elkaar te vergelijken. “Ouders zien hun tweede kind vrijwel altijd in de context van de eerstgeborene. Denk aan uitspraken als ‘de oudste kon al lopen met zoveel maanden en de jongste pas met zoveel’. Of andersom.” Wat je in elk geval niet moet doen, zeggen ontwikkelingspsychologen, is je kinderen met elkaar vergelijken waar zij zelf bij zijn. “Hierdoor  creëren ouders al snel de voorwaarden voor onderlinge rivaliteit. Onbedoeld waarschijnlijk, maar het gebeurt wel.” Het vergelijken is waarschijnlijk bijna onvermijdelijk. Maar doe het dan in elk geval niet hardop en probeer jezelf daarin steeds te corrigeren”, is de les die zij leerde.

Aandachtspunten voor ouders

Alles overziend raadt Berger ouders aan zich vooral bewust te zijn van de verwachtingen die ze hebben van een eerste of tweede kind, en waar die vandaan komen. “En om na te gaan of die verwachtingen terecht zijn, of dat ze misschien eerder met projectie of met culturele clichés te maken hebben. En ook al heb je het al eens meegemaakt, richt je toch ook op dat wat het krijgen van een tweede kind een nieuwe ervaring maakt, een ervaring op zich. Dan heb je de minste kans dat je verwachtingen projecteert.”

De Tweede >>
Lynn Berger
Uitgeverij De Correspondent

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER