Depressie en angststoornissen komen veel voor bij adolescenten. Met name meiden met al meer dan gemiddelde angst- en depressieklachten én van wie ouders ook psychische klachten hebben, lopen een groot risico om een stoornis te ontwikkelen. Bovendien is het effect van preventieprogramma’s gering.

Dat blijkt uit promotieonderzoek van Sanne Rasing aande Radboud Universiteit. Zij ontdekte dat als adolescenten psychische problemen bij één van de ouders waarnemen, dit een voorspeller was voor symptomen van angst en depressie bij henzelf. Deze klachten zijn erger als adolescenten psychische problemen bij beide ouders opmerken. Daarnaast leiden psychische problemen in combinatie met gebrekkige zelfcontrole bij de vader (bijvoorbeeld impulsief gedrag of emotionele problemen) tot meer symptomen van depressie bij zijn adolescente kinderen. Rasing vond geen invloed van beperkte zelfcontrole bij hun moeders.

Preventie
Verder onderzocht Sanne Rasing of het aanbieden van preventieprogramma’s leidt tot het verminderen van klachten en het risico op het ontwikkelen van een stoornis. Programma’s gericht op depressie bleken een klein effect te hebben, dat na twaalf maanden verdwijnt. Angstprogramma’s laten juist een klein effect zien na twaalf maanden. Het nieuw ontwikkelde preventieprogramma ‘Een Sprong Vooruit’, gericht op adolescente meiden met een hoog risico (psychische problemen bij beide ouders en zelf meer dan gemiddelde angst- en depressieklachten ) had geen effect op het afnemen van symptomen. Dit bleek uit een gerandomiseerde en gecontroleerde studie.

Depression and anxiety in adolescents. Parental risk factors, development of symptoms, and effects of prevention

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER