Jongeren drinken alcohol

Van arts tot verloskundige: iedereen die met gezinnen werkt, krijgt te maken met alcoholproblemen. Hoe kaart je die aan? ‘Ouders zeggen snel: ‘Waar bemoei jij je mee?’. Zes professionals reageren in korte interviews op een concrete situatie uit de praktijk. 

Situatie 1: Een kind van 10 jaar en zijn moeder komen naar de spoedeisende hulp met letsel dat volgens hen ontstaan is tijdens het sporten. Terwijl je met ze praat, merk je dat de moeder onder invloed is.

Merel van Loon, SEH-arts in Haaglanden Medisch Centrum: ‘Ik begin met het systematisch vragen naar de toedracht, ofwel de anamnese. Daarbij kijk ik ook hoe het kind zich gedraagt, hoe de interactie tussen ouder en kind is en of ze geloofwaardige informatie geven. Lees verder >

Situatie 2: Een zwangere vrouw die op het spreekuur komt, vertelt dat ze in het weekend haar glas wijn niet kan laten staan.

Rineke van den Brink, verloskundige in de Isalakliniek Zwolle: ‘Ik probeer er eerst achter te komen of de vrouw alleen in het weekend een glas drinkt of ook doordeweeks, en hoeveel ze dan drinkt. En ik zal haar op het hart drukken om dat glas toch echt te laten staan, omdat alcohol schadelijk is voor de baby. Lees verder >

Situatie 3: Een vader komt zijn kind van de dagopvang ophalen. Terwijl je met hem praat, merk je dat hij sterk naar alcohol ruikt.

Danica Belic, locatiemanager bij kinderopvangorganisatie Hestia Amsterdam: ‘Wanneer heeft iemand “te veel gedronken”? Als ik alcohol ruik, maar de vader functioneert niet zichtbaar anders en het is donderdag- of vrijdagmiddag, dan gaan er geen alarmbellen rinkelen. Ik zal het wel bespreken met collega’s en opletten of het vaker voorkomt. Vaak zorgt de ouder er wel voor dat het niet nog eens gebeurt. Lees verder >

Situatie 4: Een tiener vertelt aan een jeugdverpleegkundige dat zijn vader weleens te veel drinkt. 

Marjon van Klaveren, jeugdverpleegkundige GGD Gelderland-Zuid: ‘In een gesprek met een jongere vind ik het belangrijk om als het ware naast hem te gaan staan en te vragen: “Wat vind je van de situatie?” Hij moet weten dat het gesprek vertrouwelijk is, tenzij er iets is dat zorgen baart. In dit soort gesprekken is vertrouwen de basis: ik beloof dat ik niks zomaar doe en dat ik zal helpen. En ik stop het gesprek als ik zie dat het voor de ander te snel gaat. Dan zeg ik: “Wil je er nog even over nadenken? Dan hebben we het er later deze week nog eens over.” Lees verder > 

Situatie 5: Een tiener komt bij het spreekuur met klachten die lijken te wijzen op een beginnende alcoholverslaving.

Astrid  van Heusden, Huisarts/praktijkhouder bij Huisartspraktijk Anna Paulowna/Breezand:
‘Om te beginnen komt dat bijna niet voor, want je ziet het niet aan de jongeren en ze vertellen het je ook niet. In de 31 jaar dat ik huisarts ben, heb ik slechts twee mensen op mijn spreekuur gehad die over hun alcoholprobleem vertelden, en dat waren volwassenen. En dat terwijl het hier op het Noord-Hollandse platteland sociaal geaccepteerd is om te drinken. Er is veel binge-drinken. Lees verder >

Situatie 6: Een moeder vertelt aan de intern begeleider dat zij zich zorgen maakt over het vriendje van haar kind, omdat ‘zijn vader aan de drank is’. Want: ‘Iedereen weet het, maar niemand zegt er iets van.’ 

Adriaan Langerak, intern begeleider en aandachtsfunctionaris bij basisscholengroep Zaan Primair: ‘Ouders die een ernstige zorg zoals deze signaleren, geef ik altijd het advies om Veilig Thuis te bellen en om advies te vragen, desnoods anoniem. Ook breng ik de directeur of de leerkracht die bij ons gedragsspecialist is, op de hoogte. Lees verder >

Bron: augeomagazine.nl

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER