Overgewicht bij kinderen is meer en meer al op jonge leeftijd een probleem. Dit betekent dat leefstijladvisering aan belang wint, te meer daar er nu kansen worden gemist om ouders te ondersteunen bij het aanleren en stimuleren van een gezonde leefstijl.

Aileen Boersen, Vera van den Berg, Amika Singh

Ouders blijken over het algemeen tevreden met de huidige leefstijladvisering door jeugdartsen en -verpleegkundigen. Dat blijkt uit het onderzoek in het kader van het project Samen Gezond Groot, uitgevoerd door het Amsterdam UMC, locatie VUmc. Dit project is ontstaan in samenwerking met de praktijk van de jeugdgezondheidszorg (JGZ), met als doel bij te dragen aan de preventie van overgewicht. Er was behoefte aan meer inzicht in de ervaringen en behoeften van ouders en JGZ-professionals ten aanzien van de leefstijladvisering bij kinderen van 0 tot 4 jaar.

Het onderzoek richt zich op leefstijladviezen over de onderwerpen voeding, slapen, bewegen en beeldschermgebruik. In het najaar van 2018 zijn er op consultatiebureaus van vier JGZ-organisaties meer dan 400 vragenlijsten ingevuld door ouders. Daarnaast zijn 40 ouders, 16 jeugdartsen en 22 jeugdverpleegkundigen geïnterviewd (1).

Behoeftes verschillen

Over het algemeen zijn ouders die deelnamen aan het onderzoek tevreden met de leefstijladviezen die zij krijgen. De meeste ouders vinden het fijn dat ze op het consultatiebureau vragen kunnen stellen om betrouwbare informatie en bevestiging te krijgen over hun aanpak. Een klein deel van de ouders heeft minder goede ervaringen. Voor hen sluit bijvoorbeeld de manier van de advisering niet voldoende aan of ze ervaren dat de adviezen lastig toe te passen zijn thuis. Daarnaast verschilt de behoefte van ouders per leefstijlonderwerp en is afhankelijk van het feit of zij op dit gebied problemen ervaren. Wanneer ouders wel behoefte hebben aan advies, willen ze dit graag in de vorm van concrete en praktische tips.

Huidige leefstijladvisering

Het grootste deel van de JGZ-professionals geeft aan dat leefstijladviezen in bijna ieder consult verweven zijn. Per professional wisselt het hoe, wanneer en waarom het ter sprake komt. Vaak gebeurt dit op basis van (hulp)vragen van ouders. Sommige JGZ-professionals bespreken het onderwerp actief, terwijl anderen juist insteken op een laagdrempelige manier zoals ‘Hoe gaat het met eten?’. Ook wordt leefstijl besproken op indicatie (bijvoorbeeld bij een stijgende groeicurve) of als er een specifieke aanleiding toe is (bijvoorbeeld als een kind binnen komt met snacks of een beker met limonade). Opvallend is dat ouders, in tegenstelling tot de JGZ-professionals, regelmatig aangeven dat leefstijl niet zo vaak en in sommige consulten helemaal niet aan bod komt. Volgens zowel ouders als professionals komen de onderwerpen voeding en slapen het meest ter sprake, terwijl adviezen over bewegen en beeldschermgebruik minder vaak gegeven worden.

Moeilijkheden

Bijna alle ouders vinden dat het consultatiebureau een belangrijke rol heeft om leefstijl te bespreken. Veel van hen vinden ook dat de JGZ professionals dit onderwerp actief moeten benoemen, omdat lang niet alle ouders voldoende kennis hebben of zich bewust zijn van het ongezond gedrag van hun kind, neem iets als het geven van appelsap. Sommige ouders gaven ook aan dat ze vervallen in gemakkelijke patronen, zoals het regelmatig aanzetten van een filmpje op de tablet. Daarnaast noemden ouders dat het belangrijk is om de eigen leefstijl mee te nemen en te vragen wat zij hierin belangrijk vinden.

Aangrijpingspunten

Uit het onderzoek komen verschillende moeilijkheden naar voren bij het geven of ontvangen van leefstijladvies, maar ook suggesties ter verbetering, zowel van de kant van ouders als van JGZ-professionals. Vier stuks springen eruit:

  1. Geven van adviezen is soms moeilijk
    JGZ-professionals zouden graag meer materialen en middelen willen hebben om aan te sluiten bij doelgroepen waarbij zij het lastig vinden leefstijl te bespreken. Denk aan niet-Nederlandse ouders, laaggeletterden en analfabeten, lager opgeleide ouders en ouders met een visie over bepaalde leefstijlonderwerpen die afwijkend is van de visie van de JGZ. 
  1. Vraag gericht hoe het slapen, bewegen of eten gaat
    Ouders zien graag binnen én buiten het consultatiebureau meer aandacht voor leefstijl. Op het consultatiebureau kan dit door leefstijlgerelateerde onderwerpen meer uit te vragen en actief te benoemen. Niet alleen ‘Hoe gaat het bewegen/eten?’, maar ook doorvragen, bijvoorbeeld ‘Hoeveel beweegt uw kind’ en ‘Wat eet uw kind?’. Hierdoor kunnen de JGZ-professionals een beter beeld vormen over de leefstijlgewoontes van het kind en eventuele aandachtspunten. Ook geven ouders aan dat het goed zou zijn als professionals actief om toestemming vragen als ze meer willen weten over leefstijl. 
  1. Bied een divers aanbod aan
    ‘Op het moment dat ik het nodig had, had ik geen afspraak met het consultatiebureau. […] Maar met twee maanden was ik al helemaal door de worsteling heen zal ik maar zeggen.’ Daarom is het aan te raden om ouders een continu en divers aanbod aan leefstijladvisering te bieden. Zo is de informatie altijd toegankelijk en sluit het beter aan bij de behoeften van een grotere groep ouders. Ook is het belangrijk om herhaaldelijk te benoemen welk aanbod er bestaat en waar het te vinden is. Ouders blijken vaak niet op de hoogte te zijn van alles wat het consultatiebureau aanbiedt. Dit geldt niet alleen voor waar ze terecht kunnen, maar ook voor  de manier waarop ze informatie kunnen krijgen (website, digitale dossier, telefonisch spreekuur).
  1. Organisatorische veranderingen
    JGZ-professionals gaven ook verschillende suggesties om vanuit de organisatie door te voeren. Zij pleiten bijvoorbeeld voor meer tijd om de leefstijl in het consult te bespreken. In de consulten zelf mogen de onderwerpen bewegen en beeldschermgebruik meer aandacht krijgen. De manier waarop professionals adviseren kan bovendien verbeteren, onder meer door het trainen van de communicatievaardigheden en het faciliteren en stimuleren van het zich verdiepen in de richtlijnen. Dit wordt ondersteund door uitspraken van ouders die aangeven dat sommige JGZ-professionals weinig kennis lijken te hebben en soms tegenstrijdige informatie geven. Voor beeldschermgebruik ontbreekt een duidelijke richtlijn en JGZ-professionals geven aan dat ze daar wel behoefte aan hebben.

Nieuwe materialen

JGZ-professionals en organisaties kunnen de aangrijpingspunten uit dit onderzoek gebruiken om de huidige leefstijladvisering te optimaliseren. Momenteel ontwikkelen vier JGZ-organisaties in het kader van dit project verschillende interventies om leefstijl beter bespreekbaar te maken op het consultatiebureau. Na evaluatie hiervan komen deze materialen eind 2020 landelijk beschikbaar voor de JGZ.

Auteursinformatie
Dit artikel is geschreven door Aileen Boersen MSc, werkzaam als onderzoeksassistent Samen Gezond Groot & medewerker Academische Werkplaats Jeugd en Gezondheid aan dehet Amsterdam UMC, locatie VUmc. (a.boersen@amsterdamumc.nl); dr. Vera van den Berg, werkzaam als onderzoeker Samen Gezond Groot en dr. Amika Singh, werkzaam als onderzoeker en projectleider Samen Gezond Groot.

1. Vooral Nederlandse, hoger opgeleide moeders namen aan het onderzoek deel en dit is van invloed op de generaliseerbaarheid van de resultaten

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER