Kinderen van depressieve of suïcidale ouders lopen het risico om later dezelfde problemen als hun ouders te krijgen. Goede hulp is belangrijk, zoals het ontlasten van ouders en kinderen. Te meer daar onderzoekers denken dat depressie voor ongeveer 40 procent erfelijk bepaald is.

De cijfers liegen er niet om. Ongeveer 577.000 Nederlandse kinderen onder de achttien jaar hebben een ouder met een psychische aandoening of verslaving. ‘KOPP/KVO’ worden ze genoemd, kinderen van ouders met psychische problemen. Zij hebben, vergeleken met andere kinderen, een twee tot drie keer zo grote kans om psychische problemen of een verslaving te ontwikkelen. Ze doen vijf keer vaker een beroep op de gespecialiseerde jeugd-ggz en lopen bovendien een twee tot drie keer zo hoog risico op kindermishandeling in de thuissituatie.

Parentificatie

Daarnaast hebben deze kinderen meer taken en verantwoordelijkheden dan goed voor ze is. Door zogenaamde parentificatie – het kind is gericht op het welbevinden van de ouders, in plaats van andersom – komt het kind niet toe aan normale ontwikkelingstaken. Deze kinderen proberen zowel hun ouder als hun omgeving te ontzien, waardoor ze minder aandacht hebben voor hun eigen gevoelens”, vertelt Monique van ’t Erve op augeomagazine.nl. Ze begeleidt KOPP/KVO-kinderen, onder meer na zelfdoding van een naaste. “Soms is een ouder emotioneel nauwelijks beschikbaar. Zo heeft het kind onvoldoende kans om kind te zijn. Ook schaamte kan kinderen en jongeren ervan weerhouden hun gedachten en gevoelens te uiten. Herhaling van dit patroon ligt op de loer, ook als ze volwassen zijn.”

Kindcheck

Volgens de kindcheck moeten professionals die met volwassenen uit risicogroepen werken, op verschillende momenten in de behandeling vragen naar de aanwezigheid van en zorg voor kinderen. Bij vermoedens van onveiligheid volgt de professional het stappenplan van de meldcode. Als bijvoorbeeld een vader of moeder na een suïcidepoging op de spoedeisende hulp terechtkomt, volgt automatisch een melding bij Veilig Thuis. Ook ggz-professionals doen de kindcheck. Als bijvoorbeeld een vader bij een ggz-behandelaar komt met ernstige stemmingswisselingen en suïcidale gedachten, is dat aanleiding voor de kindcheck. Wanneer de vader het onderwerp niet wil bespreken en er ook andere verontrustende signalen zijn – bijvoorbeeld een partner die eveneens kampt met een depressie – is het raadzaam om contact op te nemen met Veilig Thuis, omdat er vragen kunnen zijn omtrent de veiligheid van de kinderen.

Passende oplossing

Veilig Thuis neemt de melding aan en gaat in zo’n geval in overleg met de ggz-behandelaar en de vader, om te zoeken naar een passende oplossing. Aan de kinderen wordt uitgelegd waarom er zorgen zijn en welke hulpmogelijkheden er zijn. De vader krijgt zijn behandeling en de kinderen gaan bijvoorbeeld een paar dagen per week naar een kinderdagverblijf. Dankzij de betrokken ggz-behandelaar weet Veilig Thuis wat reëel is om te verwachten van de vader. In het ideale scenario krijgt hij zo meer tijd voor zichzelf en bloeien de kinderen weer op, omdat er thuis minder stress is.

Ouders ontlasten

In de realiteit gaat het vaak anders, aldus Hester Diderich, kindcheckexpert en aandachtsfunctionaris kindermishandeling bij het Haaglanden Medisch Centrum. “Het ontbreekt vaak aan een goede samenwerking tussen ggz-professionals en Veilig Thuis.”

Lees verder op augeomagazine.nl

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER