Zorgmijding door ouders binnen de GGZ kan risico’s opleveren voor kinderen. “Het is van groot belang om dit te voorkomen”, geeft Gerard Lohuis aan. “Hiervoor moet een hulpverlener met alle betrokkenen het gesprek aangaan. Onpartijdig, hoe moeilijk of hoe groot de weerstand soms ook is. Probeer vooral van binnenuit te begrijpen wat er gebeurt.”

Gerard Lohuis verzorgt over dit onderwerp een lezing tijdens het congres ‘Ouderschap: weerstand en kritiek’ op 26 juni in Eindhoven. Klik hier voor meer informatie over het programma en de deelnamemogelijkheden.

Ouders die met psychiatrische problematiek kampen, kunnen minder tijd aan de opvoeding besteden waardoor kinderen in de knel kunnen komen. “Niettemin moeten ook zij voor veiligheid en begrenzing zorgen”, benadrukt Gerard Lohuis.  “En voor een klimaat waarin kinderen in veiligheid kunnen opgroeien. Neem een gezin waarin de vader veel drinkt en de moeder steeds wisselende partners heeft. Hun twee kinderen van respectievelijk 12 en 14 jaar zijn in beeld gekomen, omdat zij op school niet functioneren. En nu heeft de school aan de bel getrokken. Uit het onderzoek dat volgt, blijkt dat de thuissituatie onstabiel is. Daarop wordt het wijkteam ingeschakeld, maar één van de partners weigert hulp en er ontstaat een patstelling. Die kan alleen maar doorbreken door met beide ouders en beide kinderen het gesprek aan te gaan en hun ververtrouwen te winnen. Of de situatie escaleert verder, met alle gevolgen vandien en mogelijk zelfs een uithuisplaatsing van de kinderen wanneer hun ontwikkeling ernstig in de problemen komt.”

Loyaliteit kinderen

Als dat opvoedingsklimaat onveilig word, hangt het ontzettend van de kinderen af hoe daar op gereageerd wordt. “De één gaat proberen de ouders te helpen, de ander die onttrekt zich eraan en wil er niks mee te maken hebben. We hebben bijvoorbeeld een gezin in beeld waarin de oudste dochter van 12 helemaal niet meer thuis wil zijn. Haar jongere zusje gaat bij oplopende spanning in huis juist bizar gedrag vertonen. Ze doet dit om ouders af te leiden en door aandacht op zich te vestigen, zodat deze ouders geen ruzie met elkaar kunnen maken. De veiligheid in een gezin hangt dus zowel af van welke problemen ouders hebben als van de loyaliteit van hun kinderen.”

Meervoudig onpartijdig

Wil je een dergelijke situatie als hulpverlener veranderen, dan moet je ten allen tijde voorkomen dat je ingezogen raakt in het systeem. “Dit lukt allen indien je een meervoudige onpartijdigheid ten toon kunt spreiden, waarbij je alle belangen meeweegt. Maar het waken over de veiligheid van de kinderen geeft natuurlijk wel extra druk. Uiteindelijk gaat het erom die veiligheid te bewerkstelligen door een soort acceptatie vanuit ieders handelen, hoe ziek dat soms ook is. Een zorgmijdende ouder wil pas ingaan op een hulpaanbod als hij of zij zich erkend voelt. Men moet het gevoel hebben dat je begrijpt wat er in het gezin gebeurt. Pas dán kun je je proberen in te voegen en een veilig klimaat creëren. Van daaruit is het mogelijk om te werken aan verandering en verbetering. Houd jezelf daarbij voor ogen dat uiteindelijk ouders in de meeste gevallen ook het beste willen.”

Erkend en gezien

Lohuis adviseert om vooral te proberen van binnenuit te begrijpen wat er gebeurt. “Daar gaat tijd overheen. Als er risico’s zijn, dan moet je daar natuurlijk eerst wat mee doen. De veiligheid van kinderen staat immers voorop. Zij kunnen meestal niet voor zichzelf zorgen en daarvoor heb je als hulpverlener verantwoordelijkheid. Werk altijd aan een respectvol contact, hoe dan ook. Als hulpverlener ben je niet van justitie of de politie. Oordeel dus niet over een penibele gezinssituatie, dat moeten andere instellingen doen. Hulpverlenen betekent met elkaar in staat zijn om patronen te veranderen en op die manier verbetering tot stand te brengen. Dat kun je alleen maar doen als mensen zich erkend en gezien voelen.

Veilig klimaat

Het contact is het meest essentiële, benadrukt Lohuis, hoe belabberd ouders ook soms met kinderen kunnen omgaan. “Als ze het gevoel hebben dat je ze niet begrijpt of dat je ze afwijst, dan kun je ook als hulpverlener vaak niks betekenen. Zorg ervoor dat er een veilig klimaat ontstaat, waarin ouders ook met hun kwetsbaarheden durven te komen. Dan wordt het bespreekbaar en kunnen je werken aan verandering ten goede van alle gezinsleden.”

Weerstand en kritiek

Tijdens het congres ‘Ouderschap: weerstand en kritiek’ op 26 juni in Eindhoven verzorgt Gerard Lohuis een lezing over het omgaan met weerstand bij zorgmijdende ouders in de GGZ. Naast het delen van kennis zal hij ook gebruik maken van casuïstiek, gekoppeld aan concrete tips voor de praktijk.

Gerard is werkzaam als sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij BuurtzorgT Groningen. Daarnaast is hij trainer, docent en opleider aan de Hanzehogeschool en redacteur van het tijdschrift Sociale Psychiatrie.

Alles over het congres ‘Ouderschap: weerstand en kritiek’ >>

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER