Tijdens de ‘intelligente’ lockdown’ aan het begin van de pandemie konden de meeste kinderen niet naar school of opvang en werkte de helft van de ouders thuis. Deze unieke situatie leidde echter nauwelijks tot een evenwichtiger verdeling van zorgtaken tussen vaders en moeders. Wel zijn er lichte tekeningen van verandering.  

Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Utrecht en Radboud Universiteit. Uit het onderzoek blijkt dat moeders nog altijd meer voor de kinderen zorgen dan vaders, zowel voor als tijdens de lockdown in het voorjaar. Wel is 22 procent van de vaders in die periode meer gaan zorgen voor de kinderen. Hoe verschillen zij van vaders die géén verandering in de rolverdeling ervoeren in de lockdown?

Antwoorden op deze vraag zijn belangrijk voor een samenleving waar emancipatie hoog op de agenda staat, maar verandering in de bestaande hardnekkige rolpatronen moeizaam op gang komt. Nederlandse vaders besteden namelijk gemiddeld meer tijd aan betaald werk en moeders aan de zorg voor de kinderen en het huishouden. Vrouwen zijn weliswaar steeds vaker economisch zelfstandig, werken vaker en bereiken (mondjesmaat) hogere posities in de politiek en het bedrijfsleven, maar hun emancipatie blijft steken na de geboorte van kinderen. Uit de Emancipatiemonitor 2018 (CBS, SCP) blijkt dat de meeste ouders de zorg voor kinderen en werkuren het liefst gelijk willen verdelen, maar dat dit maar bij één op de tien ouders ook echt lukt.

Vaders gingen tijdens lockdown vaker zorgen

Het onderzoek in april laat een algemeen beeld van ‘stabiele ongelijkheid’ zien. De verdeling van zorgtaken en huishoudelijke taken tussen vaders en moeder was ongelijk en bleef dat ook tijdens de eerste lockdown. Tweederde van de ouders (65 procent) gaf aan dat de moeders in april nog altijd meer voor de kinderen zorgden dan vaders.

Wel zien de onderzoekers tekenen van verandering. Van alle ouders gaf 17 procent aan meer voor de kinderen te zorgen dan voor de coronacrisis, vaders (22 procent) gaven dit vaker aan dan moeders (12 procent).

Thuiswerken maakte meer zorgen mogelijk

Van de vaders zonder cruciaal beroep zei 25 procent meer te zijn gaan doen. Bij de vaders met een cruciaal beroep was dit 12 procent. 11 procent van de vaders zonder cruciaal beroep ging minder doen (versus 23 procent van de vaders met een cruciaal beroep).

Werken in een niet-cruciaal beroep hangt eveneens samen met thuiswerken: 55 procent van de vaders met een niet-cruciaal beroep werkte (deels) thuis in april, tegenover 41 procent van de vaders met een cruciaal beroep. Van de vaders die (deels) thuiswerkten gaf 26 procent aan dat ze meer zijn gaan zorgen voor de kinderen. Bij vaders die niet thuiswerkten, was dat slechts 15 procent. Er waren echter ook vaders die (deels) thuis werkten en minder gingen doen (9 procent). Bij de vaders die niet thuiswerkten, ging 21 procent minder zorgen.

Mogelijke verklaringen voor vaders die minder gingen zorgen zijn dat moeders meer gingen doen of dat de werkgevers van deze vaders verwachtten dat ze tijdens de lockdown meer werk zouden verzetten.

Weinig verschillen naar opleidingsniveau

Qua opleidingsniveau zijn er weinig verschillen tussen de vaders. De onderzoekers zagen dat 21 procent van de hoogopgeleide vaders, 20 procent van de middelbaar opgeleide vaders en 18 procent van de laagopgeleide vaders meer is gaan zorgen voor kinderen tijdens de lockdown.

Een grotere groep lager opgeleide mannen (24 procent) is minder voor de kinderen gaan zorgen dan hoogopgeleide mannen (12 procent). Dit kan verklaard worden doordat laagopgeleide vaders vaker op locatie moesten werken dan hoogopgeleide vaders.

Vooral vaders met basisschoolkinderen gingen meer zorgen

Of vaders meer gingen zorgen hing ook samen met de ‘schoolstatus’ van de kinderen. Vaders met kinderen op de basisschool gingen het vaakst (28 procent) meer zorgen. Dit lag een stuk lager bij vaders die kinderen op de basis- én middelbare school hebben (12 procent) of enkel op de middelbare school (16 procent).

Voor ouders zullen kinderen op de basisschool de meeste extra zorg hebben opgeleverd tijdens de lockdown. Het thuisonderwijs gaf hen er een zorgtaak bij. Kinderen op de middelbare school zijn doorgaans al een stuk zelfstandiger en hadden minder extra aandacht van hun ouders nodig bij het thuisonderwijs.

Op weg naar een evenwichtigere rolverdeling?

Nederlandse vaders zijn tijdens de lockdown in april vaker dan moeders meer gaan zorgen. Dat kan ermee te maken hebben dat vaders voorheen al minder deden, waardoor ze meer ruimte hadden om meer zorgtaken op zich te nemen. Een andere verklaring is dat vaders met een niet-cruciaal beroep door het thuiswerken meer tijd en flexibiliteit hadden om naast hun werk voor de kinderen te zorgen.

Wanneer deze groep vaders zich meer blijft inzetten in de zorg voor de kinderen, kan dit leiden tot een onverwacht positief neveneffect van de coronacrisis: een langdurig evenwichtigere rolverdeling tussen vaders en moeders.

Dit is een samenvatting van een artikel van Mara Yerkes, Stéfanie André, Chantal Remery en Roos van der Zwan dat eerder verscheen op Sociale Vraagstukken. Mara Yerkes is universitair hoofddocent Interdisciplinary Social Science aan de Universiteit Utrecht. Stéfanie André is universitair docent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit. Chantal Remery is universitair docent economie aan de Universiteit Utrecht. Roos van der Zwan werkt als postdoctoraal onderzoeker bij AIAS-HSI aan de Universiteit van Amsterdam.

Bron: radboudrecharge.nl

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER