Gunstige opvoedingskenmerken blijken van invloed te zijn op crimineel gedrag van adolescenten en veranderingen daarin. Wanneer er sprake is van weinig monitoren door ouders, weinig grenzen stellen en een slechte ouder-kindrelatie, brengen adolescenten duidelijk meer tijd door in criminogene settings.

Dat blijkt uit promotie-onderzoek van Heleen Janssen aan de Universiteit Utrecht. De afgelopen jaren onderzocht Heleen bij het NSCR met behulp van data uit het SPAN project de relatie tussen opvoeding, rondhangen en delinquent gedrag in de adolescentie. Zij maakte in haar proefschrift gebruik van vernuftige analysetechnieken en een zeer rijke dataset, waar zeer nauwkeurig, van uur tot uur, en per 200 m in buurten was gemeten wat jongeren doen, en met wie. Ook was bekend hoe de relatie van jongeren met hun ouders is.

Rol ouders
Het proefschrift van Janssen bouwt voort op bestaande kennis over de relatie tussen opvoeding en crimineel gedrag. Het vult die kennis aan, omdat het laat zien welke rol ouders nog hebben als kinderen opgroeien en steeds meer uithuizig worden bij het beperken van nadelige omgevingsinvloeden. Uit eerder onderzoek was bekend dat jongeren in de adolescentie steeds meer vrijheid krijgen in de keuze voor hun tijdsbesteding: ze brengen minder tijd door met ouders, meer tijd met vrienden, en gaan ook aanmerkelijk meer rondhangen op straat. Onduidelijk was of ouders dan nog wel wat kunnen betekenen in het voorkomen van crimineel gedrag.

Monitoren en grenzen stellen
Janssen concludeert dat wanneer er sprake is van weinig monitoren door ouders (navragen waar adolescenten hun tijd doorbrengen), weinig grenzen stellen en een slechte ouder-kindrelatie, adolescenten duidelijk meer tijd doorbrengen in criminogene settings (d.w.z. locaties met veel wanorde, in afwezigheid van enige supervisie, en met hun leeftijdsgenoten). Ook blijkt het omgekeerde het geval: jongeren van ouders meer monitoren, meer grenzen stellen en met wie de relatie van betere kwaliteit is, zijn minder betrokken bij crimineel gedrag, en dit kan deels verklaard worden doordat zij minder tijd rondhangen op criminogene locaties. Echter, ouders kunnen mogelijk ook nog op andere manieren bijdragen aan het verminderen van crimineel gedrag, bijvoorbeeld via een gunstige invloed op de mate van zelfcontrole van jongeren, hun houding ten opzichte van delinquent gedrag en hun omgang met delinquente vrienden.

Kwaliteit ouder-kindrelatie
Jongeren die meer rondhangen op straat zijn weliswaar meer betrokken bij crimineel gedrag. Kijk je tegelijkertijd echter naar mogelijke andere manieren waarop ouders invloed hebben op crimineel gedrag, dan blijkt rondhangen minder belangrijk. De invloed van ouders loopt bijvoorbeeld meer via het overbrengen van bepaalde attitudes, het bevorderen van zelfcontrole, of het ontmoedigen van omgang met delinquente leeftijdsgenoten. Voor zowel jongens als meisjes blijkt de kwaliteit van de ouder-kindrelatie net zo belangrijk als ouderlijke controle voor het indirect voorkomen van crimineel gedrag.

Parenting, Criminogenic Settings and Delinquency

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER