Recensie ‘Relationele lenigheid’ door Femke van Trier

Dit boek is geschreven nadat in 2015 de transformatie in werking trad. De auteurs zien als valkuil dat de rol van ouders met de herschikking van de hulpverleningsorganisaties steeds verder op de achtergrond raakt. Met protocollen, timemanagement en eenzijdig meten bestaat de kans dat de relatie van de klanten met de hulpverleners verarmt en versimpelt, terwijl dat de meest werkzame succesfactor van de hulpverlening is. Het vraagt zeker ‘relationele lenigheid’ om tegenwoordig een betekenisvolle werkrelatie tussen hulpverlener en hulpvrager op te bouwen. Dit boek beschrijft helder wat daarvoor nodig is.

‘Relationele lenigheid’ is geschreven door Maarten Spaander (red.), Ellen Aptroot, Zenda Franssen, Karel J. Mulderij, stuk voor stuk zeer ervaren systeemdenkers, die de systeemtheorie koppelen aan praktijk én organisatie (zie slot van deze recensie). In de leeswijzer staat dat het boek ook achterstevoren gelezen kan worden om er echt van ondersteboven te raken. Die suggestie heb ik graag opgevolgd en zal deze recensie ook vanuit die richting schrijven.

De auteurs stellen dat systeemdenken het mogelijk maakt te kunnen schakelen tussen protocollen, waar nodig en non-protocollaire behandelingen. Mijns inziens past daarin ook de informele (vrijwillige) zorg, die vanaf 2002 sterk is toegenomen door de actieve rol van het Oranje Fonds.

Systeemtheoretisch denken

Succesvolle hulp begint dus bij de hulpvrager zelf om de context te leren kennen van welk probleem dan ook. Het accent ligt op de basisattitude vanuit het systeemtheoretisch ontwikkelingsperspectief (STOP). De auteurs gebruiken hierbij de term ‘systemogram’ “Het in kaart brengen van diverse contexten -omstandigheden en situaties-, om van daaruit een hulpvraag te begrijpen”. Dit gaat verder dan een ‘genogram’.

Breed kijken

De hulpverlener is niet de expert van de inhoud, wel de expert van de vraag en van het doorvragen, van het niet weten en zich laten vertellen. Niet de methodiek of het protocol staan centraal, het gaat niet om het ‘wat’, maar om het ‘hoe’. Die basisattitude leer je niet uit boeken. Je bereikt het door met elkaar samen te werken en de kennis van elkaar te benutten in een gezamenlijke reflectieve analyse, als een systeem van complementaire en symmetrische communicatie. Géén kokerzicht van één deskundig specialist of één gezinscoach uit het sociaal domein gebaseerd op de eigen kennis. Er moet breed gekeken worden. Dat wordt naar voren (terug)lezend in het boek in heel begrijpelijke taal verder geanalyseerd en uitgelegd in dagelijkse voorbeelden.
Ontregelingen horen bij het leven. We moeten er met elkaar voor zorgen dat het geen ontregeldingen worden. Een mooi referentiekader.

Regulatie

Regulatieprocessen hebben een verwevenheid van diverse systeemniveaus (bio-socio-psycho-cultureel) in samen-levenspatronen. Dat wordt toegelicht aan de hand van concrete dagelijkse situaties. Elk systeemniveau kent haar eigen perspectieven en referentiekaders. Die kunnen soms haaks op elkaar staan. Vanuit een systeemtheoretisch ontwikkelingsperspectief wordt dit bezien in wederkerigheid met de omgeving. Gedrag is in de context waarin het plaatsvindt, te begrijpen. Actuele kennis van neuropsychologie en psychiatrie is daarbij eveneens van belang. Vervolgens wordt in het boek heel helder en eenvoudig uitgelegd hoe het zenuwstelsel en het brein zich ontwikkelt van hersenstam naar hogere hersendelen, met de bijbehorende functies. Juist in tijden van crisis en transitie biedt het een onvoorziene kans op de noodzakelijke cultuuromslag of paradigmashift, geven de auteurs aan, dan nog niet wetend wat een coronacrisis teweeg kan brengen, ook (of juist) in de gezondheidszorg.

Systemogram versus organogram

Een ‘systemogram’ gaat ook verder dan een ‘organogram’ van de hulpverleningsorganisaties zelf. Ook daar moet het om systeemdenken gaan om de aansluiting te vinden bij de hulpvrager, waar hulpverleners deel van uitmaken. Systeemdenken biedt de mogelijkheid om maatwerk te leveren waar eenzijdige versimpeling van de zorg nu ten koste gaat van de klant.

Voor mij was dit boek met geestige fabels en intermezzo’s een feest om te lezen. Het is juist in deze tijd, waarin men zich bewust is van lerend werken een enorme aanrader om dit boek met deze visie daar aan de orde te stellen en mee te nemen in de opleiding en bijscholing van hulpverleners. Het boek baseert zich op 9 pagina’s aan bronnen en leggen 74 begrippen helder en concreet uit in de ‘Woordenlijst/annotaties’. Daarmee is ‘Relationele lenigheid’ ook een mooi naslagwerk!

Relationele lenigheid >

Femke van Trier is IMH specialist, initiatiefnemer van MeeleefGezin en gestart met een nieuw initiatief: Call4Change

Over de auteurs

  • Maarten Spaander, kinder- en jeugd-(ortho)psychiater, systeemtherapeut, (niet meer praktiserend), heeft gewerkt bij o.m. RMPI en De Viersprong, trainer Raad voor de Kinderbescherming;
  • Ellen Aptroot, psychotherapeut/systeemtherapeut en opleider, werkt nog samen met Maarten Spaander aan het integreren van psychopathologie in het dagelijks systeemgericht werken (Yorneo Drenthe);
  • Zenda M.J. Franssen, gezondheidszorg-/registerpsycholoog, supervisor Kind & Jeugd, systeemdenker, die werkt aan het doorbreken van vastgeroeste patronen, trainer Raad voor de Kinderbescherming;
  • Karel J. Muiderij, pedagoog, docent statistiek, kwalitatieve methodologie en leefwereldanalyse (UvU) en Ecologische Pedagogiek (HvU), traint GZ-psychologen in communiceren met kinderen.
  • De auteurs hebben veel met elkaar samengewerkt (basisattitude.nl en www.kidpartners.nl).
------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER