“Investeren in het welzijn van ouders komt de ontwikkeling en opvoeding van het jonge kind ten goede”, aldus Carolien Gravesteijn, lector Ouderschap en Ouderbegeleiding bij Hogeschool Leiden. “We moeten veel meer investeren in wat ouders nodig hebben om zich goed en krachtig te voelen.”

‘Ouders zijn zelf deskundig als het om hun kinderen gaat en zo moeten ze ook aangesproken worden’. Dit citaat staat prominent op de website van het lectoraat Ouderschap en Ouderbegeleiding waar Carolien Gravesteijn sinds 2015 leiding aan geeft. De titel van haar lectorale rede sluit hier naadloos op aan: ‘De kracht van alledaags ouderschap’. Het verbaast haar dat in de zorg aan het jonge kind de focus nog steeds sterk gericht is op opvoeden. “Ouders ervaren zo veel meer. Zij hebben bijvoorbeeld ook de zorg over het werk, financiële kwesties en partnerrelaties.”

Beschermende factoren

Gravesteijn kan niet genoeg benadrukken dat het welzijn van ouders van directe invloed is op de ontwikkeling van een kind. Daarom is nadrukkelijke aandacht nodig voor zaken die het welzijn van ouders bevorderen, met in het verlengde de invloed daarvan op hun handelen als opvoeder. “Zorgprofessionals moeten ouders bewust maken van het feit dat zij meer zijn dan alleen opvoeders. Daar komen ook organisatorische zaken bij kijken en vaardigheden als communicatie, impulsen controleren, relaties aangaan en netwerken aanboren.”


Carolien Gravesteijn: “Zit een ouder niet goed in zijn of haar vel,
dan gaat dat ten koste van de ontwikkeling van het kind”

Dit perspectief vormt de kern van de onderzoeken die haar lectoraat uitvoert. “We willen helder krijgen welke factoren een positieve invloed hebben op het ouderlijk welzijn en hoe dit opvoeden en ontwikkeling beïnvloedt. Hiertoe is vanuit de wetenschap gekeken naar wat de beschermende factoren zijn van ouders. Factoren die daaruit springen zijn het individuele factoren, de gezinssituatie en het netwerkklimaat. Dit zijn de factoren waar wij onderzoek naar verrichten en waarbij we onderscheid maken tussen het individuele welzijn en het ouderlijk welzijn.”

Te sporadisch

De vraag of zorgprofessionals ouders momenteel goed ondersteunen, vindt zij lastig te beantwoorden. “Professioneels hebben hier op zich wel steeds meer oog voor, maar het gebeurt allemaal nog te sporadisch. Op allerlei websites wordt bijvoorbeeld eerst gesproken over opvoedondersteuning. Daardoor zijn professionals heel erg zoekende, dat merken we ook aan de vele vragen die wij krijgen. Het baart mij zorgen dat wij behoorlijk veel op mijn vakgebied weten vanuit de wetenschap, maar dat het nog onvoldoende lukt om die kennis te laten landen in de praktijk. Positief ouderschap gaat namelijk vooraf aan positief opvoeden en een positieve ontwikkeling van kinderen.”

Lijst met levensvaardigheden

Om professionals op weg te helpen, heeft het lectoraat de lijst ‘Levensvaardigheden voor ouders’ ontwikkeld.  Het gaat hier om vaardigheden zoals het omgaan met emoties, zelfbewustzijn en aangaan en behouden van relaties. “Deze lijst kunnen professionals raadplegen om ouders in hun ouderschap te ondersteunen en te versterken. Ook trainen wij professionals hierin en ook hier is veel vraag naar. Aan alles merk ik dat de wil er wel is, maar dat men nog zoekende is naar hoe ouders het beste kunnen worden ondersteund. Professionals die met kinderen werken, doen er echt goed aan om zich hierin te bekwamen. Als een ouder niet goed in zijn of haar vel zit, dan gaat dat ten koste van de ontwikkeling van het kind. We moeten ervoor zorgen dat ouders nog voor de geboorte van hun kind, kennis hebben van het ouderschap en de partnerrelatie, ook ten aanzien van de ontwikkeling van kinderen. Als ouders zich goed voorbereid voelen, komt dit aan alles ten goede.”

Adolescentieperiode

Momenteel richt haar lectoraat zich nog vrijwel uitsluitend op de eerste jaren van het ouderschap. Als het aan Gravesteijn ligt verbreedt dit zich in de nabije toekomst tot het ouderlijk welzijn in de adolescentieperiode. “Die periode vind ik heel fascinerend en daar mag nog meer onderzoek naar gedaan worden. Mijn droom is ouders te volgen vanaf het moment dat ze ouder worden totdat het kind vierentwintig is, zodat je de hele ontwikkeling van het ouderschap in beeld hebt. Te meer daar niet alleen in de ontwikkeling van kinderen een patroon is te ontdekken, maar ook in die van ouders. Dat ontdek je pas door ouders langdurig te volgen zodat ook de adolescentieperiode aan bod komt. Hier ligt mijn passie.”

Een andere hartenwens is om hetzelfde te doen met kinderen. “Parallel aan het oudertraject zou ik ook graag kinderen vanaf de geboorte jarenlang willen volgen. Wat hen beweegt, wat zij nodig hebben en hoe dit interacteert met het welzijn van ouders. Dat geeft inzicht in wat beschermende factoren zijn voor ouder en kind, waardoor probleemgedrag vermindert. Dat zou ik heel graag willen onderzoeken. Het onderzoek is een middel om het doel te bereiken en mijn doel is het verminderen of voorkómen van problemen van kinderen en hun ouders.”

Dit is een verkorte weergave van een interview met Carolien Gravesteijn in de zomereditie 2017 van Vakblad Vroeg. Klik VROEG_NR02_JUN_2017_PAG16-17-18 voor het gehele interview.

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond ouderschapskennis en –ondersteuning

LAAT EEN REACTIE ACHTER